Negentig procent vindt het urgent. Vijf procent is klaar. De rest heeft een probleem.
    Terug naar InzichtenStrategie & leiderschap

    Negentig procent vindt het urgent. Vijf procent is klaar. De rest heeft een probleem.

    ·7 minuten om te lezen

    Dat is geen interpretatie. Dat is wat McKinsey meet bij Europese organisaties wanneer het gaat over vaardigheden als strategische prioriteit. Bijna elke leidinggevende erkent dat capability building dringend is. Maar wie doorvraagt naar wat er concreet staat te gebeuren, stoot op een leegte. Geen plan. Geen zicht op wat het personeel vandaag kan. Geen koppeling tussen wat de strategie vraagt en wat de mensen aankunnen. Een urgentiegevoel zonder actie is geen strategie. Het is een risico.

    Wat McKinsey onderzocht

    McKinsey publiceerde een analyse specifiek gericht op Europese organisaties en hoe zij vaardigheden als strategische prioriteit kunnen behandelen. De onderzoekers vertrokken vanuit een breed vraagstuk: hoe groot is de kloof tussen de vaardigheden die organisaties vandaag in huis hebben, en wat ze nodig zullen hebben om te blijven functioneren?

    De cijfers zijn ondubbelzinnig. Veertig procent van het Europese personeelsbestand moet tegen 2030 nieuwe vaardigheden verwerven. Drieënzestig procent van de leidinggevenden ziet vaardigheidskloven als de grootste barrière voor transformatie. En toch heeft de meerderheid van die leidinggevenden geen concreet plan om die kloof te dichten. Eén op drie geeft aan geen zicht te hebben op de vaardigheden die hun mensen vandaag bezitten.

    Europa is daarin kwetsbaarder dan andere regio's. Een verouderende bevolking, een trager tempo van technologie-adoptie dan in de VS of China, en historisch zwakkere interne mobiliteitsprogramma's maken dat de marge voor fouten klein is. Wat in Noord-Amerika misschien twee jaar kost om te corrigeren, kost hier drie.

    Het onderzoek is geen alarmstudie. McKinsey formuleert ook een weg vooruit: organisaties die vaardigheden behandelen als een strategisch actief in plaats van een HR-administratiekwestie, presteren beter en bouwen weerbaarder.

    Waarom dit telt voor uw organisatie

    Dit onderzoek richt zich op grote Europese corporates. Maar de mechanismen die het beschrijft, gelden even sterk voor organisaties van vijftig tot vijfhonderd medewerkers, soms sterker, omdat de marge voor menselijke fouten kleiner is en elke competentiekloof directer zichtbaar wordt in de resultaten.

    Aanwerving alleen dicht deze kloof niet. Dat is de kern van de McKinsey-boodschap. Slechts éénendertig procent van de ondervraagde leidinggevenden geeft aan dat aanwerving de meest effectieve aanpak is. De helft kiest voor skill building als primaire strategie, en de data ondersteunen dat: interne mobiliteit via reskilling is sneller en goedkoper dan externe rekrutering. Maar slechts achtentwintig procent van de bedrijven gelooft dat hun interne mobiliteitsprogramma's effectief zijn.

    De kloof zit niet in de intentie. Ze zit in de uitvoering.

    Concrete lessen

    • Zicht op vaardigheden is een strategische noodzaak, geen HR-administratie. Eén op drie Europese leidinggevenden geeft aan geen inzicht te hebben in de vaardigheden die hun personeel bezit. Dat is niet alleen een operationeel probleem, het maakt strategische planning onmogelijk. Wie niet weet wat er in huis is, kan niet plannen wat er moet bijkomen. Een betrouwbare skills-inventory, ook al is die eenvoudig, is het fundament van elke verdere stap. Begin met meten wat er is, voor u plant wat er moet komen.
    • Koppel vaardigheidsplanning aan strategische prioriteiten, niet aan functieprofielen. De grootste valkuil die McKinsey beschrijft: organisaties die vaardigheidsontwikkeling plannen op basis van bestaande functies, terwijl de strategie een andere richting uitwijst. Een nutsbedrijf in het onderzoek ontdekte dat er geen enkele link bestond tussen zijn talentenstrategie en zijn strategische doelstellingen. Geen enkele. Vraag uzelf af: als wij onze strategie voor de komende drie jaar uitvoeren, welke vaardigheden zijn dan kritisch? En wie heeft die vandaag al?
    • Reskilling werkt, maar alleen met structuur. Een Europees technologiebedrijf in het onderzoek identificeerde competentiekloven bij meer dan dertig procent van zijn personeel. Reactie: een globaal reskilling-programma dat tachtig procent van de kloof dicht. Zesduizend medewerkers stapten over naar nieuwe rollen. Twintigduizend bouwden aanvullende vaardigheden bij in hun huidige functie. Dat lukt niet via een catalogus van online opleidingen en goede wil. Het vraagt heldere loopbaanpaden, gecombineerd leren en toepassen, en leidinggevenden die de overstap actief faciliteren. Reskilling zonder structuur is geen investering. Het is een uitgave.
    • Interne mobiliteit is onderschat en onderbenut. Bijna geen enkel Europees bedrijf gelooft dat zijn interne mobiliteitsprogramma effectief werkt. Dat is opmerkelijk, want de data tonen dat interne mobiliteit via reskilling structureel goedkoper en sneller is dan extern aanwerven. Het probleem is cultureel en infrastructureel: managers die medewerkers vasthouden, systemen die vacatures niet breed uitzetten, ontbreken van inzicht in wie er intern beschikbaar is. De vaardigheden die u zoekt, zitten mogelijk al in uw organisatie. U vindt ze pas als u er actief naar zoekt.
    • Plan op drie jaar, niet op de volgende vacature. McKinsey is expliciet: de overgang van kortetermijnoplossingen naar meerjarige vaardigheidsplanning is het onderscheid tussen organisaties die de slag maken en organisaties die blijven reageren. Dat vraagt een andere manier van denken over workforce planning, maar ook een andere manier van budgetteren voor leren en ontwikkeling. Organisaties die hun vaardigheidsstrategie plannen op de tijdshorizon van hun bedrijfsstrategie, presteren structureel beter dan organisaties die van jaar tot jaar bijsturen.

    De echte les

    Het urgentiegevoel is er. Dat bewijst het onderzoek. Het ontbreekt niet aan besef dat vaardigheidsontwikkeling belangrijk is. Wat ontbreekt, is de bereidheid om er eigenaarschap over te nemen.

    Zolang vaardigheidsontwikkeling een HR-vraagstuk is, en geen strategisch leiderschapsvraagstuk, verandert er weinig. Niet omdat de mensen niet willen. Maar omdat de juiste prioriteit, de juiste middelen en de juiste opvolging ontbreken wanneer het gesprek de boardroom verlaat.

    McKinsey beschrijft dit impliciet als een governancevraagstuk. Wie is verantwoordelijk voor de vaardigheidskloof? Wie rapporteert er aan de raad van bestuur over hoe de organisatie haar menselijk kapitaal opbouwt? In de meeste Europese organisaties is het antwoord vaag. En dat vage antwoord kost geld, tijd en concurrentievermogen.

    Wat is de vaardigheidskloof in uw organisatie die uw strategie voor de komende drie jaar riskant maakt? En wie is er vandaag eigenaar van het dichten ervan?